Bijzonder onderzoek naar het ontstaan van het Nederlandse Rijkswegennet 1795-1940
Op vrijdag 17 maart jl. werd in de Lutherse kerk in Utrecht voor de vierde keer de Stimuleringsprijs voor nieuw onderzoekstalent van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB) uitgereikt. Er waren vier masterscripties genomineerd door de jury. Winnaar was Agnes Kersten, met haar onderzoek Het ontstaan van het Nederlandse Rijkswegennet 1795-1940. Planning, ontwerp en uitvoering naar de oorsprong van het meest bepalende netwerk van de Nederlandse infrastructuur. Daarin laat zij zien hoe er al sinds de Napoleontische tijd in Nederland is nagedacht over een systematisch wegennet. Uiteindelijk leidde dit tot het beroemde Rijkswegenplan van 1927.
‘De scriptie van Agnes Kersten kan geplaatst worden binnen de toenemende aandacht vanuit onderzoek en beleid voor het ruimtelijk erfgoed. Onderzoek op dit terrein, voor zover dat gedaan werd, was lange tijd vooral het domein van de geografische en ingenieursdisciplines. Het is waardevol dat nu ook vanuit kunsthistorisch perspectief naar dit erfgoed wordt gekeken’, aldus juryvoorzitter prof. dr. Bernard Colenbrander. Het onderzoek werd begeleid door de Universiteit van Amsterdam. Lees hier het juryrapport

P1490955

Jonge onderzoekers kijken over grenzen van eigen vakgebied heen
De jury van de KNOB Stimuleringsprijs was blij verrast door de grote diversiteit aan onderwerpen, maar zeker ook aan aanpak en methode. De inzendingen vormden een waaier van de Nederlandse praktijk van onderzoek op het gebied van de disciplines die de KNOB behartigt.
Het niveau van alle scripties was hoog. Veel scripties sluiten aan bij actuele ontwikkelingen in de samenleving en tonen daarmee een maatschappelijke relevantie die in de traditionele kunst- en architectuurgeschiedenis niet vanzelfsprekend is. Alle studies zijn breed van opzet en neigen naar het interdisciplinaire: de onderzoekers kijken over de grenzen van het eigen vakgebied heen.

Presentaties genomineerde masterscripties
Naast Agnes Kersten presenteerden ook de andere drie genomineerden tijdens de studiedag op 17 maart jl. hun masterscripties:

Sandra Guarda (Vrije Universiteit, 2016) paste met haar onderzoek The Importance of Being Overhoeks. The biography of the former Shell-terrain in Amsterdam-North: 1914 to present het concept van de biografie toe op het bijzondere, opgeofferde complex op het Shell-terrein in Amsterdam-Noord. Op welhaast archeologische wijze heeft zij de inrichtingsgeschiedenis van dit gebied ontrafeld, met veel aandacht voor de betekenis van de architect Arthur Staal. In haar presentatie lichtte Guarda het hergebruik van de Shell-toren toe, die in 1971 werd opgeleverd. Shell wilde met dit iconische gebouw zijn imago in Amsterdam verbeteren. Op initiatief van gemeente Amsterdam is de toren na vertrek van Shell herbestemd.

Ichmarah Kock studeerde in 2016 af op de ambitieuze scriptie Towards a History of Architecture in the Caribbean. A study on frameworks and writing methods in architectural historiography. Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, St. Eustatius, and St. Maarten (Universiteit van Amsterdam, 2016). In haar analyse van de historiografie van de Caraïbische eilanden laat zij zien hoe de gebruikelijke Eurocentrische opzet in periodisering en stijlen tekortschiet. In plaats daarvan stelt zij een typologische benadering voor, waardoor vernacular architecture, ofwel de regionale bouwkunst ook een plaats krijgt in de analyse.

Marlies Noijens (Vrije Universiteit, 2015) behandelt in haar scriptie Collaboration between opposites? A case-study on affiliations between architecture and engineering in the Netherlands (1946-1980), een maatschappelijk zeer relevant onderwerp: de studie van een ingenieursbedrijf, namelijk Royal Haskoning, die een belangrijke rol heeft in de inrichting van ons land. Ook is de scriptie van belang, omdat zij gaat over het domein waar de architect en ingenieur elkaar raken. Naast archief- en literatuuronderzoek heeft Marlies Noijens door middel van interviews ontleed wat er in het bedrijf speelde.

Oudheid als ambitie: lezing door prof. dr. Koen Ottenheym (Universiteit Utrecht)
Na de vier genomineerden was het woord aan prof. dr. Koen Ottenheym (Universiteit Utrecht). Onder de titel Van de Brittenburg tot Xanten. Zeventiende-eeuwse ideeën over de Romeinse limes in de Noordelijke Nederlanden gaf hij een voordracht over de wijze waarop in de vroegmoderne tijd door machthebbers in onze streken werd teruggegrepen op de Antieke Oudheid. Dit onderwerp, dat de afgelopen jaren door een onderzoeksgroep van de Universiteiten van Münster en Utrecht is onderzocht, is ook het onderwerp van het binnenkort te verschijnen boek Oudheid als ambitie. De zoektocht naar een passend verleden, 1400-1700 dat Ottenheym samen met prof. dr. Karl Enenkel heeft geschreven. Tijdens de lezing ging Ottenheym vooral in op de wijze waarop langs de voormalige limes (Romeinse rijksgrens) teruggegrepen werd op het Romeinse verleden, waarbij autoriteit afgeleid werd uit anciënniteit. Of de monumentale resten die hierbij werden betrokken ook daadwerkelijk Romeins of eerder middeleeuws (9de tot 12de eeuw) waren, deed er feitelijk weinig doe, zo liet Ottenheym zien. Daarbij werd met name het gebruik van grote formaten natuursteen en dikke muren geïnterpreteerd als Romeins. Zo nodig deinsde men er ook niet voor terug om zelf de gewenste ‘Romeinse’ inscripties toe te voegen.

KNOB Stimuleringsprijs voor nieuw onderzoekstalent
De KNOB stimuleert excellente studenten in erfgoedstudies met zijn tweejaarlijkse uitreiking van de KNOB Stimuleringsprijs voor nieuw onderzoekstalent. ‘Erfgoed is economisch en maatschappelijk waardevol en kan alleen op de juiste manier worden behouden als de kennis daarover geborgd is’, aldus Henri Lenferink, voorzitter van de KNOB. ‘Juist in deze tijden is het gewenst om talentvolle nieuwe onderzoekers en architecten voor dit prachtige vakgebied te behouden. Agnes Kersten laat met haar studie zien dat erfgoedonderzoek ook een meerwaarde levert voor actuele vraagstukken.’

De KNOB Stimuleringsprijs werd in 2008 ingesteld. Ter gelegenheid van zijn afscheid als voorzitter bood jhr. ir. D.L. Six het bestuur in dat jaar de zilveren penning aan.  Deze ‘Six’-penning wordt iedere twee jaar uitgereikt aan de auteur van een masterscriptie of -project in een aan erfgoed gerelateerde  studie. De prijs bestaat verder uit een lidmaatschap van de KNOB en een geldprijs van € 500,-. De winnaar wordt bovendien uitgenodigd een bewerking van zijn scriptie aan te bieden ter publicatie in het Bulletin KNOB.

Geplaatst op