Jeroen072

Op 8 december j.l. promoveerde onze KNOB-bestuursgenoot Jeroen Westerman aan de Universiteit Leiden op zijn onderzoek naar de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Doornik. Te midden van een overvolle zaal van belangstellenden hield hij op een heldere en onderhoudende wijze eerst het zogenaamde ‘lekenpraatje’. Hierin legde hij aan zijn publiek uit dat zijn onderzoek uit drie delen bestond, te weten: de bouwgeschiedenis, de maatschappij in Doornik rondom de tijd van de bouw (de historische context) en de totstandkoming van het ontwerp (waarom ziet de kerk er uit zoals hij er uit ziet).

 

Doornik, Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, zicht vanuit het noordwesten

Bij het introduceren van de kerk wees hij het publiek op uitzonderlijke onderdelen zoals de apsidiale transeptbeëindigingen. Samen met de koorbeëindiging, die ook apsidiaal is, vormen deze een drieapsidenaanleg (in lekentermen ook wel ‘een klavertje-drie’ genoemd). Dergelijke triconchale plattegronden werden vanaf de vroegchristelijke tijd vooral bij mausolea, grafkerken, gedachteniskerken en reliekenkapellen toegepast. In Doornik representeerde het gebruik ervan het eerbiedwaardige vroegchristelijke verleden van deze kerk en zijn als stichter vereerde patroonheilige Eleutherius.

Een andere bijzonderheid van de kerk waar de heer Westerman zijn publiek op wees was de symbolische ordening van de vijf kerktorens in een zogenaamde ‘quincunx’ (vier transepttorens die een centrale vieringtoren omringen). Deze maakt zichtbaar dat de kerk wordt gezien als de aardse voorafbeelding van het Hemelse Jeruzalem, de heilige stad die in de middeleeuwse kunst veelvuldig werd afgebeeld met een quincunx . De combinatie van de twee bovenstaande prestigieuze schema’s is zeer zeldzaam in middeleeuwse kerkarchitectuur.

Doornik, Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, plattegrond met ingetekend de 12de-eeuwse oostapsis

Een hoofdthema van het onderzoek waren de belangrijke conceptwijzigingen in de bouwgeschiedenis van de kerk, die ook aan bod kwamen tijdens de openbare verdediging in het prachtige Groot-Auditorium. De heer Westerman werd door een van de opponenten, prof. Dr. Thomas Coomans van de Katholieke Universiteit Leuven, aan de tand gevoeld over zijn stelling dat in de OLV Kathedraal van Doornik zich de ongebruikelijke situatie voordoet dat de gewelven vóór de dakstoel zijn gebouwd, maar de heer Westerman wist zijn standpunt helder te beargumenteren. De algehele consensus was dan ook dat de heer Westerman met zijn proefschrift een belangrijke bijdrage aan de wetenschapsgebieden van de bouw- en architectuurhistorie heeft geleverd en dat hij daarnaast interessante inzichten heeft geleverd over de maatschappelijke invloeden rondom de bouw van een middeleeuwse kathedraal.

Dit beknopte verslag doet bij lange na geen recht aan het enorme ‘magnum opus’ van de heer Westerman en het is daarom ook eenieder aan te raden om zijn proefschrift zelf na te lezen. Middels dit verslag wenst het KNOB-bestuur de heer Westerman nogmaals van harte te feliciteren met zijn indrukwekkende prestatie!

Verslag: Jacqueline de Graauw
Bestuurslid KNOB

Geplaatst op