Hoe “Zochers” is het Park te Rotterdam?

Die vraag was een van de aanleidingen voor Frank van der Hoeven om eens goed in de

ontstaansgeschiedenis van het Park te duiken. De andere was zijn verhuizing van Rotterdam Noord

naar om de hoek van het Park, nu bewoner van het Scheepvaartkwartier. Als directeur onderzoek en

associate professor Urban Design aan de TU Delft en voormalig lid van het KNOB-bestuur was dit ook

een mooie gelegenheid hieraan een nog te publiceren wetenschappelijk artikel te wijden in het

Bulletin KNOB.

Het KNOB bestuur is de Bewonersorganisatie Scheepvaartkwartier dankbaar voor het bieden van de

gelegenheid om afgelopen woensdag 21 oktober dit verhaal in de vorm van een lezing van Frank in

de Noorse kerk te delen met zowel BOS-leden als KNOB-leden en andere beangstellenden.

Franks lezing begon met het citaat “van vreemde smetten vrij” van Tollens wiens standbeeld

prominent in het Park aanwezig is. Het motto van de renovatie door de gemeente en stichting Droom

en Daad is verder met Zocher.

De aanleg van het Park begon in 1852 in de Engelse stijl waarmee de Zochers furore maakten. Een

park om in te dwalen zonder vaste looproutes. De Zochers bestaan uit drie generaties . Opa Jan David

Zocher werkte voor koning Lodewijk Napoleon Bonaparte en vader Jan David jr. voor Koning Willem

I. Jan David jr en zijn zoon Louis Paul Zocher hadden samen een ontwerpbureau voor

totaalontwerpen, in die tijd was er nog geen onderscheid tussen stads- en landschapsarchitectuur.

Met een eigen kwekerij kon het bureau zelfs de volledige beplanting leveren. Het bekendste werk

van de Zochers is het Vondelpark dat dateert uit 1864.

Frank nam ons met veel ondersteunend beeldmateriaal van kaarten mee in hoe sinds 1852 het Park

beetje bij beetje zijn uiteindelijke vorm kreeg met pas in 1861 de voltooiing van het ontwerp. Grosso

modo was het toen de helft van de huidige oppervlakte, vooral gebruikt door de chique bewoners in

de nabijheid. Het park werd bijna verdubbeld met de aankoop door de gemeente van het

naastgelegen landgoed De Heuvel in 1875. Bedoeling was toen van dat gedeelte een villapark te

maken, dat gelukkig mislukte. Architect Gerrit Jan Morre (later een van de eerste hoogleraren aan de

voorloper van de TU Delft) voegde een waterpartij toe in dat deel. In 1885-1900 verhoogde G.J. de

Jongh met grond uit de Katendrechtse haven van de overkant het deel aan de kant van de Maas: de

bult van De Jongh was geboren.

Frank liet met prachtig ingekleurde foto’s zien hoezeer in de jaren ’30 mensen uit allen lagen van de

Rotterdamse bevolking van het Park genoten. Ander foto’s toonden dat het park aanzienlijk heeft

geleden onder de watersnoodramp van 1953. Het water stond daar maar liefst tot 2 meter hoog, het

hoogste niveau van het in Rotterdam ondergelopen deel. Met grote evenementen als E55 in 1955 en

de wereldtentoonstelling in 1960 werden nieuwe ingrepen gedaan in het Park. Na E55 werd het oude

Chalet Suisse (nu Mast 010) niet meer afgebroken en 1960 leverde onder meer de Euromast op.

Ook de randen van het park waren en zijn aan vele veranderingen onderhevig, waardoor ook de

beleving in het park mee veranderde met de aanpassingen van de stad. Van “dwalen”is allang geen

sprake meer.

Bezoekers genieten vandaag de dag van de net aangelegde prachtige bloemperken van Jacqueline

van der Kloet. J.P. Zocher zei over bloemperken: “haringsla en confituurtaarten”. Smaken blijven

verschillen.

Conclusie: het Park is hooguit 50% nog Zochers. En dat is prima! Frank eindigde met hedendaags

icoon Jules Deelder als standbeeld in het Park: Rotterdam is niet te filmen, Rotterdam is veels te echt.